1923: Diefstal

Wie 125 jaar bestaat, heeft ook te maken gehad met het dievengilde, oplichters en fraudeurs.

In 1904 was Arend in dienst als handelsreiziger. Naast verkoopactiviteiten bestond zijn werk ook uit het innen van openstaande debiteurenvorderingen. Echter in december 1904 besloot Arend om de geinde vorderingen van fl 368,- niet af te dragen aan zijn baas, maar er van rond te gaan zwerven door Nederland, en daarna ook naar Antwerpen en Londen af te reizen. Uiteindelijk liep Arend in het Groningse Hoogkerk tegen de lamp met nog fl 25 op zak. Een rechtszaak volgde. Volgens de ´pleiter´  van Arend was het de schuld van de ´drankduivel´, waardoor hij door de drank in opgewonden toestand verkeerde en naar Amsterdam is afgereisd. Daar is hij ook nog een zak met ´ zilvergeld´  kwijtgeraakt. Het was niet zijn bedoeling om doelbewust geld te verduisteren, want in dat geval had hij eerst nog veel meer aan ´kwitanties´  kunnen innen.

In 1923 werd het wel heel erg bont. Bruin was er achter gekomen dat een medewerker geld en boter had verduisterd. Na een goed gesprek is overeengekomen dat de medewerker het tekort zou aanvullen. Toen er echter weer boter was verdwenen, en er verder onderzoek werd gedaan, begon de medewerker brutaal te worden, waarna Bruin besloot de Burgermeester van Coevorden te waarschuwen. In de tussentijd had de medewerker getracht het Pakhuis in brand te steken, wat gelukkig bijtijds ontdekt en geblust kon worden. Achteraf bleek dit niet de eerste poging. De medewerker werd door de politie aangehouden en naar Assen gebracht in afwachting van de rechtszitting hierover. Bruin heeft daarop een stevige niet te tillen brandvertragende kluis aangeschaft voor veilige opslag van geld en waardepapieren. Deze kluis is nog steeds in bezit van de familie en staat in de hal bij Jan Feijen thuis.

Bron: Haarlemsche courant
13-03-1923

Bron: Provinciale Drentsche en Asser courant
05-05-1923

Bron: De Standaard 10-03-1923

Rechtszaak Arend 1905

Bron: Provinciale Drentsche en Asser courant
21-02-1905